Broeikasgas
Een broeikasgas is een gas in de atmosfeer dat warmtestraling absorbeert en zo bijdraagt aan het broeikaseffect. Belangrijke voorbeelden zijn koolstofdioxide (CO₂), methaan, lachgas en fluorhoudende gassen.
Welke gassen zijn het?
In klimaatrapportages gaat het meestal om een vaste groep gassen. Ze komen deels van nature voor en ontstaan deels door menselijk handelen, zoals het verbranden van kolen, olie en gas, landbouw en industrie.
| Gas | Belangrijkste bronnen |
|---|---|
| Koolstofdioxide (CO₂) | Verbranding van kolen, olie en aardgas, en veranderingen in landgebruik |
| Methaan (CH₄) | Veeteelt, afvalstort en de winning en het transport van fossiele brandstoffen |
| Lachgas (N₂O) | Bemesting in de landbouw en enkele industriële processen |
| Fluorhoudende gassen | Koel- en isolatietoepassingen en industriële processen |
Waarom het ene gas zwaarder telt dan het andere
Broeikasgassen verschillen in levensduur en in de mate waarin ze warmte vasthouden. Een kilogram van het ene gas heeft daardoor een ander klimaateffect dan een kilogram van het andere. Methaan blijft bijvoorbeeld korter in de atmosfeer dan CO₂, maar houdt in die tijd per kilogram meer warmte vast.
Je kunt uitstoot dus niet zomaar in kilo's bij elkaar optellen. Er is een rekenmaat nodig die de gassen onderling vergelijkbaar maakt.
GWP: gassen vergelijkbaar maken
GWP staat voor Global Warming Potential. Deze maat vergelijkt het opwarmende effect van een gas met dat van CO₂ over een gekozen periode, bijvoorbeeld honderd jaar. CO₂ is daarbij de referentie.
Met de GWP-waarde reken je uitstoot om naar CO₂-equivalenten. Zo druk je de uitstoot van verschillende gassen in één getal uit. Let op dat de gekozen periode uitmaakt: over twintig jaar gemeten telt een kortlevend gas als methaan zwaarder mee dan over honderd jaar.
Het verschil met het broeikaseffect
Deze pagina gaat over de gassen zelf. Het natuurkundige proces waarmee die gassen warmte in de atmosfeer vasthouden, staat beschreven op de pagina over het broeikaseffect. Kort gezegd: de gassen zijn de oorzaak, het effect is het gevolg.
Wat het met je energiekeuze te maken heeft
Een groot deel van de uitstoot van broeikasgassen komt uit de verbranding van fossiele brandstoffen. Elektriciteit en warmte uit hernieuwbare bronnen geven bij het opwekken geen of veel minder directe uitstoot.
Kies je in je contract voor stroom van hernieuwbare herkomst, dan zie je dat terug in het stroometiket van je leverancier. Ook je eigen verbruik telt mee: minder aardgas voor verwarming en warm water verlaagt de directe uitstoot van je woning.
Bronnen: Milieu Centraal. Geraadpleegd september 2026.










